Voor een sporter is een aanhoudende blessure mentaal slopend. Het tast je kernidentiteit aan:
Identiteitscrisis: Je kunt je ei niet meer kwijt, verliest je sociale kring op de club en voelt je niet langer “de sporter” die je was.
De “Start-Stop” cyclus: Je rust een paar weken, voelt je goed, begint weer voorzichtig, maar bij de eerste serieuze inspanning schiet de pijn er weer in.
Hyper-focus op techniek: Je bent alleen nog maar bezig met hoe je je voet neerzet of hoe je je schouder houdt, wat het plezier in sporten volledig wegneemt.
Frustratie en machteloosheid: Het gevoel dat je eigen lichaam je in de steek laat, terwijl je er alles aan doet om weer fit te worden.
Bij aanhoudende sportblessures zijn de symptomen vaak inconsistent:
Pijn bij belasting: Stekende of zeurende pijn die optreedt tijdens of direct na het sporten.
Ochtendstijfheid: Het gevoel dat het gewricht of de pees “op gang moet komen”.
Krachtsverlies: De spieren rondom de blessure lijken niet meer maximaal te kunnen vuren (inhibitie).
Wandelende pijn: De pijn verplaatst zich soms of straalt uit naar andere gebieden die medisch gezien niets met de blessure te maken hebben.
Binnen de Stressortherapie zien we dat de pijn niet langer komt door het weefsel, maar door een beschermingsprogramma in de hersenen. Je brein heeft sporten gekoppeld aan gevaar.
Het neurologische harnas
Je limbisch systeem is geprogrammeerd om je te beschermen. Als je ooit een blessure hebt opgelopen tijdens een stressvolle periode (bijvoorbeeld hoge prestatiedruk of problemen thuis), heeft je brein die fysieke pijn opgeslagen als een “gevaarsignaal”. Sindsdien houdt het brein de spieren rondom dat gebied preventief aangespannen om “erger” te voorkomen. Deze constante spierspanning (guarding) zorgt voor een slechte doorbloeding en veroorzaakt pijn, zelfs als het weefsel allang genezen is.
De sport als bliksemafleider
Veel sporters gebruiken hun sport als hun primaire manier om met stress om te gaan (coping).
Emotionele druk: Wanneer de interne druk te hoog wordt (perfectionisme, faalangst, of het gevoel dat je “moet” presteren), kan het brein een blessure creëren of in stand houden.
De veilige uitgang: Een blessure geeft je een (onbewuste) legitieme reden om te mogen stoppen of minder te presteren zonder dat je jezelf de schuld hoeft te geven. Het brein gebruikt de pijn als een afleidingsmanoeuvre voor de emotionele druk die je voelt.
Conditionering: Je zenuwstelsel is geconditioneerd geraakt: zodra je je sportkleren aantrekt, gaat je limbisch systeem in de “alarmstand”.
De weg terug naar het veld
Herstel bij Stressortherapie betekent dat we het brein leren dat beweging weer veilig is.
Deconditionering: We breken de koppeling tussen sport en pijn af door het zenuwstelsel te kalmeren.
Emotionele balans: We kijken naar de stressoren achter de sportprestaties. Mag sporten weer leuk zijn in plaats van een “moeten”?
Neuroplastisch herstel: Door het limbisch systeem te laten inzien dat de fysieke structuur (de pees of spier) sterk genoeg is, zal het brein de handrem (de pijn) loslaten.
Wij gebruiken cookies om jouw bezoek aan onze website zo prettig mogelijk te maken. Klik op ‘Accepteren’ om ons toe te staan alle cookies te gebruiken, zodat je kunt genieten van een optimale website-ervaring. Je kunt je voorkeuren altijd aanpassen via de voorkeuren knop rechtsonder. Bedankt voor je vertrouwen!