Aanhoudende Sportblessures

Wat is het?
Biomedisch gezien is een sportblessure schade aan weefsel (zoals spieren, pezen, banden of kraakbeen) door een plotseling trauma of langdurige overbelasting. Voorbeelden zijn een lopersknie, een tenniselleboog of chronische achillespeesklachten. Normaal gesproken geneest weefsel binnen 6 tot 12 weken. Wanneer de pijn echter maanden of zelfs jaren aanhoudt, ondanks rust, fysiotherapie of operaties, spreekt men van een chronische of aanhoudende sportblessure.
Waar heb je last van?

Voor een sporter is een aanhoudende blessure mentaal slopend. Het tast je kernidentiteit aan:

  • Identiteitscrisis: Je kunt je ei niet meer kwijt, verliest je sociale kring op de club en voelt je niet langer “de sporter” die je was.

  • De “Start-Stop” cyclus: Je rust een paar weken, voelt je goed, begint weer voorzichtig, maar bij de eerste serieuze inspanning schiet de pijn er weer in.

  • Hyper-focus op techniek: Je bent alleen nog maar bezig met hoe je je voet neerzet of hoe je je schouder houdt, wat het plezier in sporten volledig wegneemt.

  • Frustratie en machteloosheid: Het gevoel dat je eigen lichaam je in de steek laat, terwijl je er alles aan doet om weer fit te worden.

Symptomen:

Bij aanhoudende sportblessures zijn de symptomen vaak inconsistent:

  • Pijn bij belasting: Stekende of zeurende pijn die optreedt tijdens of direct na het sporten.

  • Ochtendstijfheid: Het gevoel dat het gewricht of de pees “op gang moet komen”.

  • Krachtsverlies: De spieren rondom de blessure lijken niet meer maximaal te kunnen vuren (inhibitie).

  • Wandelende pijn: De pijn verplaatst zich soms of straalt uit naar andere gebieden die medisch gezien niets met de blessure te maken hebben.

Waarom krijg je het?
De reguliere sportmedische wereld zoekt de oorzaak vaak in biomechanica: een verkeerde looptechniek, een beenlengteverschil, zwakke “core stability” of te oude schoenen. Ook wordt er gekeken naar “overuse” (te veel, te snel, te vaak). De behandeling richt zich dan op het versterken van de structuren of het aanpassen van de mechanica.
De ware oorzaak!

Binnen de Stressortherapie zien we dat de pijn niet langer komt door het weefsel, maar door een beschermingsprogramma in de hersenen. Je brein heeft sporten gekoppeld aan gevaar.

Het neurologische harnas

Je limbisch systeem is geprogrammeerd om je te beschermen. Als je ooit een blessure hebt opgelopen tijdens een stressvolle periode (bijvoorbeeld hoge prestatiedruk of problemen thuis), heeft je brein die fysieke pijn opgeslagen als een “gevaarsignaal”. Sindsdien houdt het brein de spieren rondom dat gebied preventief aangespannen om “erger” te voorkomen. Deze constante spierspanning (guarding) zorgt voor een slechte doorbloeding en veroorzaakt pijn, zelfs als het weefsel allang genezen is.

De sport als bliksemafleider

Veel sporters gebruiken hun sport als hun primaire manier om met stress om te gaan (coping).

  • Emotionele druk: Wanneer de interne druk te hoog wordt (perfectionisme, faalangst, of het gevoel dat je “moet” presteren), kan het brein een blessure creëren of in stand houden.

  • De veilige uitgang: Een blessure geeft je een (onbewuste) legitieme reden om te mogen stoppen of minder te presteren zonder dat je jezelf de schuld hoeft te geven. Het brein gebruikt de pijn als een afleidingsmanoeuvre voor de emotionele druk die je voelt.

  • Conditionering: Je zenuwstelsel is geconditioneerd geraakt: zodra je je sportkleren aantrekt, gaat je limbisch systeem in de “alarmstand”.

De weg terug naar het veld

Herstel bij Stressortherapie betekent dat we het brein leren dat beweging weer veilig is.

  1. Deconditionering: We breken de koppeling tussen sport en pijn af door het zenuwstelsel te kalmeren.

  2. Emotionele balans: We kijken naar de stressoren achter de sportprestaties. Mag sporten weer leuk zijn in plaats van een “moeten”?

  3. Neuroplastisch herstel: Door het limbisch systeem te laten inzien dat de fysieke structuur (de pees of spier) sterk genoeg is, zal het brein de handrem (de pijn) loslaten.